Afdrukken
De implantologie als tandheelkundige techniek is in Nederland in opmars. In het jaar 2000 zijn zo’n 40.000 tandheelkundige implantaten in de monden van Nederlandse patiënten geplaatst. Implantaten zijn kunsttandwortels die kunnen dienen om een tand, kies of een brug op te zetten. Ze kunnen ook dienen als steun en houvast voor een overkappingsprothese. Een dergelijke kroon, brug of basis voor een overkappingsprothese die op de geïmplanteerde kunstwortel wordt geplaatst, wordt ook wel de ‘suprastructuur’ genoemd.

Implantaten worden geplaatst door de kaakchirurg of door de tandarts, die hiervoor een aanvullende cursus heeft gedaan. Soms plaatst de kaakchirurg alleen het implantaat en maakt de tandarts de suprastructuur.

Normale tandWat is mogelijk met implantaten?

Implantaten kunnen in diverse situaties worden toegepast:
  • als vervanging van een enkele kies of tand;
  • als vervanging voor meerdere tanden en kiezen. In zo’n situatie
    wordt er een brug op het implantaat geplaatst;
  • om te dienen als basis voor een overkappingsprothese ofwel ‘klikgebit’.

De keuze hangt af van de kans op een optimaal herstel van de gebitsfuncties en de financiële situatie van de patiënt.

Bij wie zijn implantaten mogelijk?

Bij iedere gezonde persoon kunnen in principe implantaten worden gezet, maar er zijn nog een aantal andere factoren die een belangrijke rol spelen:
  • Er moet voldoende kaakbot zijn om een implantaat voldoende houvast te bieden. Een belangrijke vernieuwing op implantaatgebied is ook dat patiënten met te weinig kaakbot nu kunnen worden behandeld. Dat gebeurt door op die plaatsen eerst bot aan te brengen en daarna pas het implantaat te plaatsen. Het opvulbot kan afkomstig zijn van de patiënt zelf (uit kin of heup), maar er kan ook kunst- of donorbot worden gebruikt.
  • Het tandvlees rondom de overige nog aanwezige tanden en kiezen moet gezond zijn, om het implantaat goed te laten functioneren.
  • De inzet van de patiënt en een zeer goede mondhygiëne zijn zéér belangrijk!

De behandeling

Kroon op implantaatNadat een verdoving is gegeven, wordt het tandvlees open- gesneden zodat het kaakbot zichtbaar wordt. In het kaakbot worden kleine gaatjes geboord, waarin de implantaten worden geplaatst. Hierna wordt het tandvlees weer dichtgehecht. De napijn valt meestal erg mee. Deze is met eenvoudige pijnstillers goed te bestrijden. Soms krijgt u een recept mee. Een enkele keer ontstaat enige zwelling na de ingreep. Het is raadzaam gedurende zo’n 1 á 2 weken na de ingreep zacht voedsel te gebruiken.

Nu treedt een ‘rustperiode’ in, die 3 tot 6 maanden duurt. In deze periode krijgt het kaakbot de kans aan het implantaat vast te groeien. De implantaten mogen niet worden belast. De tandarts maakt meestal een tijdelijke voorziening in de vorm van een noodbrug of kunstgebit. U wordt hierover vooraf ingelicht.

Na de rustperiode wordt onder verdoving een stukje tandvlees boven het implantaat weggehaald, waarna de kroon, brug of basis voor de overkappingsprothese wordt geplaatst.

Het onderhoud

Na de behandeling is een regelmatige controle van groot belang. De tandarts besteedt tijdens deze controles aandacht aan de gezondheid van het tandvlees, aan het bot rondom de implantaten en aan de kroon, brug of andere suprastructuur, die op het implantaat is geplaatst. Vaak wordt de patiënt begeleid door een mondhygiëniste bij de mondverzorging.

Voor- en nadelen

Implantaten bieden oplossingen voor b.v. een loszittende prothese, waarna het eten weer beter mogelijk is. Op deze manier kan een implantaat een aanvulling zijn op de gewone tandheelkunde. In situaties waarin anders een kunstgebit gemaakt zou moeten worden, kunnen nu met implantaten kronen en bruggen worden gemaakt.

Daar staat echter tegenover dat er een grote inzet van de patient wordt vereist voor een goede mondverzorging, en dat hij/zij dat gedurende de rest van zijn leven zal moeten volhouden. De behandeling duurt lang, is kostbaar en wordt niet altijd (volledig) vergoed door het ziekenfonds of de verzekering. Het ziekenfonds en een aantal particuliere verzekeringen vergoeden de implantaten voor geheel tandeloze patiënten. De prijs van een aan gebitsimplantaten verankerde gebitsprothese is met 3.000 à 4.000 euro’s drie à vier keer zo hoog als conventionele gebitsprothesen voor onder- en bovenkaak, maar biedt meer comfort en kauwvermogen.

De oplossing voor het enkele ontbrekende gebitselement, dat vroeger vervangen werd door een plaatje of een brug, wordt door de verzekering niet vergoed, tenzij de gebitselementen door een ongeluk ontbreken, of als ze nooit zijn aangelegd. De prijsverschillen zijn aanzienlijk: een plaatje kost ongeveer 200 euro’s, terwijl de prijs voor een implantaat rond de 1.600 euro’s wordt geschat. Een brug zit er tussenin, met prijzen vanaf 650 euro’s, afhankelijk van het aantal delen waaruit de brug bestaat.